VocabNote
TijdenGemiddeld

Voltooid tegenwoordige tijd

Present Perfect

De Voltooid Tegenwoordige Tijd verbindt het verleden met het heden. Gebruik hem voor ervaringen, recente gebeurtenissen met actuele relevantie, of handelingen die in het verleden begonnen zijn en nu nog voortduren. Hij wordt gevormd met have/has + voltooid deelwoord.

WANNEER TE GEBRUIKEN

Gebruik het voor levenservaringen (zonder specifieke tijd), voor recente handelingen met een huidig resultaat, voor handelingen die in het verleden begonnen zijn en nu nog doorgaan (met "for" of "since"), en om nieuwskoppen te introduceren.

STRUCTUUR

positiveS + have/has + past participle

She has visited Japan three times.

Ze **heeft** Japan drie keer **bezocht**.

negativeS + haven't/hasn't + past participle

I haven't seen that film yet.

Ik **heb** die film nog niet **gezien**.

questionHave/Has + S + past participle?

Have you ever tried sushi?

**Heb** je ooit sushi **geprobeerd**?

SIGNAALWOORDEN

  • ever
  • never
  • already
  • yet
  • just
  • for
  • since
  • recently
  • lately
  • so far

VOORBEELDEN

I have visited Japan three times.

Ik **heb** Japan drie keer **bezocht**.

She has just finished her homework.

Ze **heeft** net haar huiswerk **afgemaakt**.

Have you ever tried sushi?

**Heb** je ooit sushi **geprobeerd**?

They haven't arrived yet.

Ze **zijn** nog niet **aangekomen**.

He has lived here for ten years.

Hij **woont** hier al tien jaar.

SPELLINGREGELS (HIJ/ZIJ/HET)

Regelmatige werkwoordenvoeg -ed toe (zoals in past simple)work → worked, play → played
Onregelmatige werkwoordeneigen vorm van past participlego → gone, eat → eaten, write → written

VEELVOORKOMENDE FOUTEN

I have seen her yesterday.

I saw her yesterday.

Gebruik present perfect niet met een specifieke verleden tijd. Gebruik in plaats daarvan past simple.

Have you eaten yet? — Yes, I have eaten.

Have you eaten yet? — Yes, I have.

In korte antwoorden herhaal je het voltooid deelwoord niet — gebruik alleen "have/has"

Tip

Het belangrijkste verschil tussen present perfect en past simple: present perfect = de specifieke tijd is onbekend of onbelangrijk. Past simple = een specifieke tijd wordt genoemd of geïmpliceerd (yesterday, last week...).

Tijden