VocabNote
WoordsoortenBeginner

Voorzetsels van Tijd

Prepositions of Time

Voorzetsels van tijd vertellen ons wanneer iets gebeurt. Gebruik "at" voor specifieke tijden en feestdagen, "on" voor dagen en data, en "in" voor maanden, jaren, seizoenen en langere periodes. Onthoud: at night, on Monday, in the morning.

WANNEER TE GEBRUIKEN

Gebruik "at" voor kloktijden, maaltijden en feestdagen. Gebruik "on" voor dagen van de week en specifieke datums. Gebruik "in" voor maanden, jaren, seizoenen, eeuwen en dagdelen (behalve nacht).

STRUCTUUR

format + time / holidays

The class starts at 9 o'clock. We eat at Christmas.

De les begint **om** 9 uur. We eten **met** Kerstmis.

usageon + day / date

The party is on Saturday. Her birthday is on March 15th.

Het feest is **op** zaterdag. Haar verjaardag is **op** 15 maart.

exceptionin + month / year / season

She was born in July. He graduated in 2020.

Ze is **in** juli geboren. Hij studeerde af **in** 2020.

SIGNAALWOORDEN

  • at
  • on
  • in
  • during
  • for
  • since
  • until
  • by

VOORBEELDEN

The meeting starts at 9 o'clock.

De vergadering begint **om** 9 uur.

Her birthday is on the 15th of March.

Haar verjaardag is **op** 15 maart.

We usually travel in the summer.

We reizen meestal **in** de zomer.

I'll see you on Monday morning.

Ik zie je **op** maandagochtend.

She has lived here since 2018.

Ze woont hier **sinds** 2018.

VEELVOORKOMENDE FOUTEN

I was born in 15th March.

I was born on 15th March.

Gebruik "on" voor specifieke datums, niet "in"

See you at Friday.

See you on Friday.

Gebruik "on" voor dagen van de week

Tip

Een handig geheugensteuntje: zie tijd als iets dat groter wordt. "At" is het kleinst (moment/uur), "on" is gemiddeld (een dag), "in" is het grootst (maand, jaar of seizoen).

Woordsoorten