VocabNote
ZinsstructuurGemiddeld

Indirecte Rede

Reported Speech

Indirecte rede (ook wel gerapporteerde rede genoemd) wordt gebruikt om te rapporteren wat iemand heeft gezegd zonder hun exacte woorden te gebruiken. De tijden verschuiven meestal één stap terug (tegenwoordige tijd → verleden tijd, verleden tijd → voltooid verleden tijd). Voornaamwoorden en tijdsuitdrukkingen veranderen ook. Rapporterende werkwoorden zijn onder andere said, told, asked en explained.

WANNEER TE GEBRUIKEN

Gebruik indirecte rede om iemand te vertellen wat iemand anders heeft gezegd, gevraagd of gedacht - zonder hun exacte woorden te citeren. Zeer gebruikelijk bij het vertellen van verhalen, nieuwsrapportages en het beschrijven van gesprekken.

STRUCTUUR

positiveS + said (that) + past tense clause

She said that she was tired.

Ze **zei dat** ze moe was.

negativeS + told + object + (that) + past tense clause

He told me he hadn't eaten anything.

Hij **vertelde me** dat hij niets **had gegeten**.

questionS + asked + (object) + if/whether / wh-word + past clause

They asked if I could help them.

Ze **vroegen of** ik ze **kon** helpen.

SIGNAALWOORDEN

  • said
  • told
  • asked
  • explained
  • mentioned
  • replied
  • admitted
  • promised

VOORBEELDEN

She said that she was tired.

Ze **zei dat** ze moe was.

He told me he had already eaten.

Hij **vertelde me** dat hij al **gegeten had**.

They asked if I could help them.

Ze **vroegen of** ik ze **kon** helpen.

She said she would come the next day.

Ze **zei** dat ze de volgende dag **zou komen**.

He admitted that he had made a mistake.

Hij **gaf toe** dat hij een fout **had gemaakt**.

VEELVOORKOMENDE FOUTEN

She said me that she was tired.

She told me that she was tired.

Gebruik 'told + object'. 'Said' kan niet direct door een persoon worden gevolgd ('said me' is fout).

He asked where did she live.

He asked where she lived.

In indirecte vragen, gebruik de normale woordvolgorde (onderwerp + werkwoord) - geen vraagvolgorde.

Tip

De regel voor tijdsverschuiving: present simple → past simple, present continuous → past continuous, will → would, can → could, past simple → past perfect. Verander ook: 'today' → 'that day', 'tomorrow' → 'the next day', 'here' → 'there'.

Zinsstructuur