Modale werkwoorden (can, could, must)
Modal Verbs (can, could, must)
Modale werkwoorden zijn hulpwerkwoorden die vermogen, toestemming, verplichting of mogelijkheid uitdrukken. "Can" drukt huidige vermogen of toestemming uit. "Could" drukt vroeger vermogen of beleefde verzoeken uit. "Must" drukt sterke verplichting of logische zekerheid uit. Na modale werkwoorden komt altijd de grondvorm van het werkwoord.
WANNEER TE GEBRUIKEN
Gebruik "can" voor vermogen/toestemming in het heden. "Could" voor vroeger vermogen, beleefde verzoeken of mogelijkheid. "Must" voor sterke verplichting (van de spreker) of logische deductie. "Should" voor advies of aanbeveling.
STRUCTUUR
S + modal verb + base verb (no 'to')She can speak four languages.
Ze **kan** vier talen **spreken**.
S + modal + not + base verbYou must not park here.
Je **mag** hier niet **parkeren**.
Modal + S + base verb?Could you pass the salt, please?
**Zou** je me het zout **kunnen aangeven**, alsjeblieft?
SIGNAALWOORDEN
- can
- could
- must
- should
- may
- might
- will
- would
- shall
- need to
VOORBEELDEN
She can speak four languages fluently.
Ze **kan** vier talen vloeiend **spreken**.
Could you please pass the salt?
**Zou** je me het zout **kunnen aangeven**, alsjeblieft?
You must wear a seatbelt in the car.
Je **moet** een veiligheidsgordel **dragen** in de auto.
You should see a doctor about that cough.
Je **zou** naar een dokter **moeten gaan** voor die hoest.
He might be late — the traffic is terrible.
Hij **is misschien** te laat — het verkeer is verschrikkelijk.
VEELVOORKOMENDE FOUTEN
She can to speak English.
She can speak English.
Modale werkwoorden worden gevolgd door de grondvorm ZONDER "to"
He musts leave now.
He must leave now.
Modale werkwoorden voegen nooit -s/-es toe voor he/she/it
Tip
Modale werkwoorden hebben TWEE speciale regels: 1) Voeg nooit -s toe voor he/she/it (she can, NIET she cans). 2) Altijd gevolgd door de grondvorm, nooit "to + werkwoord" (you must go, NIET you must to go).